Easterein, Martinikerk
   
Kerk
 
De kerk is ongeveer rond 1300 gebouwd. Het betreft een éénbeukige kerk met een vijfzijdig gesloten koor. Aan de noordzijde bevindt zich een vroeggotische sacristie met vier verdiepingen en een topgevel met spitsboognissen. De sacristie en de koorafsluiting zijn gebouwd van kloostermoppen terwijl de noord- en zuidmuur zijn opgetrokken uit het later uit Duitsland geïmporteerde tufsteen. Kerk en toren zijn in de 19e eeuw, waarschijnlijk 1862, grotendeels ommetseld. De kerk kreeg extra steunberen aan de zuidzijde en de toren een neo-classicistische ingangsomlijsting. De toren heeft een 6 meter hoge houten spits, als vervanging van de vroegere stenen spits, die bij een blikseminslag in 1672 verloren ging. In de toren hangen een door Steven Butendiic gegoten klok (1468) en een klok van Jacob Noteman (1645).

Het interieur wordt gedekt door een 16e eeuws houten gewelf, dat in het koor nog zichtbaar is. In het midden van het schip staat de rijkversierde overhuifde 17e eeuwse herenbank van de familie Bonga, en een kleinere herenbank uit omstreeks 1800. De preekstoel is waarschijnlijk gemaakt in het begin van de 19e eeuw en is afkomstig uit het afgebroken kerkje van Hennaard. Het schip wordt naar het koor afgesloten door een uniek bouwwerk (het enige in Friesland): een doksaal, gebouwd door Hein Hagart in 1554. Het bestaat uit twee verdiepingen van elk drie traveeën. De onderste zijn gedekt door houten stergewelven, de bovenste door netgewelven met gesneden sierribben. Het snijwerk van Hagart toont vooral bijbelse verhalen. Het schip van de kerk werd in 1862 geheel vernieuwd en kreeg toen stucwerk. Zowel in het schip als in het koor bevinden zich grafzerken uit de 17e en 18e eeuw. Onder de kerk bevindt zich een grafkelder van de familie Bonga. De kerk is een rijksmonument.
 
 
Orgel
 
1869-1870
Het orgel wordt door Willem Hardorff uit Leeuwarden gebouwd. Op 22 december 1869 werd het contract afgesloten en het orgel wordt op 13 november 1870 in gebruik genomen.
 
1920
Restauratie en dispositiewijziging door fa. Bakker & Timmenga uit Leeuwarden:

- De Trompet 8' van het Hoofdwerk en van het Pedaal worden
  vernieuwd.
- Het Carillon op het Bovenwerk wordt vervangen door de Aeoline 8'.
 
1940
Herstelwerkzaamheden door de NV v/h P. van Dam uit Leeuwarden.
 
1985-1987
Fa. Bakker & Timmenga uit Leeuwarden vervangt de tongwerken uit 1920 door nieuwe en de Aeoline van het BW wordt vervangen door de Carillion 2 sterk in de discant. Ook de twee tongwerken uit 1915 worden hernieuwd. Adviseur bij de restauratie was Klaas Bolt uit Haarlem. Op 10 mei 1987 werd het orgel weer in gebruik genomen.
 
2015
Fa. Bakker & Timmenga uit Leeuwarden voert groot onderhoud aan het orgel uit en maakt het schoon. Adviseur hierbij Theo Jellema uit Leeuwarden.
 

Dispositie

Hoofdwerk, C - g''' Bovenwerk, C - g'''
  Viola  ●
Bourdon
Prestant
Holpijp
Octaaf
Roerfluit
Quintprestant
Octaaf
Mixtuur
Cornet D
Trompet  ●
16'
16'
8'
8'
4'
4'
3'
2'
3-4 st.
4 st.
8'
    Roerfluit
Viola di Gamba  ●
Salicionaal
Carillion D
Fluit d'Amour
Salicet
Gemshoorn
Clarinet  ●
8'
8'
8'
2 st.
4'
4'
2'
8'
 

Pedaal, C - d' Werktuigelijke registers
  Subbas
Octaafbas
Octaaf
Bazuin
Trombone
16'
8'
4'
16'
8'
    Tremulant (BW)
Manuaalkoppel
Pedaalkoppel
Drie afsluiters
Ventiel
   

  ●  = vanaf f klein
●  = gehalveerd
●  = t/m Dis gecombineerd met de Salicionaal 8'
●  = doorslaand



Verteller : Jan Jongepier (1941-2011)
Duur : 6 minuten en 18 seconden
Bron : Radio opname Omrop Fryslân uit 1993


stuur link via whatsapp stuur link via mail kopieer link naar clipboard
 


 
 
Naar menu
 
 
 
 
 
 
 
     
 
     
 
 
 
             
 
             
 
 
 
 

 Audio    🕩